Algemeen douanebesluit
Hst. 1 Algemene bepalingen
Art. 1:1
Afd. 1.1 Internationaal recht
Art. 1:2
a. de artikelen 21, 24, 25, 26 en 32, voor zover het de territoriale zee betreft; b. de artikelen 33 en 303, voor zover het de aansluitende zone betreft; en c. artikel 56, voor zover het de exclusieve economische zone betreft.
Art. 1:3
Afd. 1.2 Kosten ambtelijke werkzaamheden
Art. 1:4
a. voor werkzaamheden verricht op verzoek van de belanghebbende: 1°. buiten de normale openingstijden; 2°. op andere plaatsen dan die aangewezen zijn voor het onderzoek van goederen; of 3°. voor analyses of deskundigenverslagen van goederen en portokosten voor het retourneren van de goederen aan de aanvrager bij het verstrekken van inlichtingen als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van het Douanewetboek van de Unie;
b. voor het doen vernietigen van goederen, bedoeld in artikel 197 van het Douanewetboek van de Unie; c. voor het ambtshalve onderzoek van de goederen, bedoeld in de artikelen 239, tweede lid, en 240, tweede lid, van de Uitvoeringsverordening Douanewetboek van de Unie; d. inzake het aanvullend onderzoek van goederen, ingeval de verschillen tussen de uitkomst van het gedeeltelijk onderzoek en de uitkomst van het aanvullend onderzoek, blijven binnen de spelingen, bedoeld in artikel 1:35 van de Algemene douanewet .
Afd. 1.2a Verwerking persoonsgegevens bij het gebruik van camera’s
Art. 1:4a
a. de wijze waarop en de mate waarin de inspecteur over de camera waarbij persoonsgegevens worden verwerkt kan beschikken; b. welke passende algemeen aanvaarde beveiligingsmaatregelen als bedoeld in artikel 1:23g, eerste lid, van de Algemene douanewet worden getroffen met betrekking tot:1°. de fysieke toegang van de gemandateerden, bedoeld in dat lid, tot de ruimte waarin de camerabeelden kunnen worden bekeken; of 2°. de overdracht van de camerabeelden aan de inspecteur;
c. de procedures bij wijzigingen in apparatuur, software of procedures die betrekking hebben op het verlenen van toegang dan wel overdracht van de camerabeelden aan de inspecteur; d. op welke wijze uitvoering wordt gegeven aan artikel 1:23g, tweede lid, van de Algemene douanewet ;e. de medewerking aan de audit, bedoeld in artikel 1:23g, vierde lid, van de Algemene douanewet .
Art. 1:4b
a. de tijdvakken waarin de camera’s waarbij persoonsgegevens kunnen worden verwerkt worden gebruikt voor de taken en de doelen, bedoeld in de artikelen 1:23a tot en met 1:23f van de Algemene douanewet ;b. de namen van de ambtenaren die de camerabeelden waarbij persoonsgegevens kunnen worden verwerkt inzien en het tijdvak, bedoeld in onderdeel a, waarin; c. het aantal gevallen en de aanleiding waarbij de persoonsgegevens zijn gebruikt voor het identificeren van natuurlijke personen voor de persoonlijke veiligheid van een ambtenaar of zijn directe omgeving, bedoeld in artikel 1:23a, derde lid, van de Algemene douanewet , en wat met die persoonsgegevens is gedaan;d. de dringende gevallen waarvoor toestemming is gevraagd, bedoeld in artikel 1:23a, vierde lid, onderdeel d, van de Algemene douanewet , onder vermelding van de reden, waar de camera’s op werden gericht dan wel in of op welke locaties deze werden ingezet en de resultaten van het gebruik van die camera’s;e. welke beveiligingsmaatregelen als bedoeld in artikel 1:23g, eerste lid, van de Algemene douanewet zijn genomen;f. welke ambtenaren zijn gemandateerd als bedoeld in artikel 1:23g, eerste lid, van de Algemene douanewet ;g. het tijdstip en de wijze van vernietiging van de persoonsgegevens die zijn verkregen met camera’s, bedoeld in artikel 1:23g, derde lid, van de Algemene douanewet ;h. indien de persoonsgegevens die zijn verkregen met camera’s niet binnen vier weken nadat ze zijn verkregen zijn vernietigd, de reden waarom en een verwijzing naar het daarbij behorende dossier; i. indien ingevolge een bij of krachtens de wet bestaande verplichting de persoonsgegevens die zijn verkregen met camera’s zijn verstrekt, aan wie deze zijn verstrekt onder vermelding van de grondslag daarvan; j. de eventuele inbreuken op de wet- en regelgeving, die zich hebben voorgedaan ten aanzien van het gebruik van camera’s waarbij persoonsgegevens worden verwerkt.
Art. 1:4c
a. de locaties, bedoeld in artikel 1:23a, vierde lid, onderdelen a en b, van de Algemene douanewet , waar gebruik kan worden gemaakt van vaste camera’s;b. het voorgenomen aantal te gebruiken vaste camera’s per locatie of gebied; c. de locaties, bedoeld in artikel 1:23a, vierde lid, onderdelen a en b, van de Algemene douanewet , waar en de situaties waarin mobiele camera’s kunnen worden ingezet; end. een onderbouwing voor de voorgenomen inzet van camera’s, tenzij de melding de effectiviteit van het beperken van risico’s ernstig kan benadelen.
Afd. 1.3 Lijfsvisitatie
Art. 1:5
Afd. 1.4 Gebruik geweld en veiligheidsfouillering
Art. 1:6
a. ambtenaar: degene die namens de inspecteur een douanecontrole uitoefent; b. meerdere: de ambtenaar die uit hoofde van zijn functie of krachtens beschikking of aanwijzing met de leiding is belast of het bevel heeft over de taakuitvoering; c. geweld: elke dwangmatige kracht van meer dan geringe betekenis uitgeoefend op personen of goederen; d. geweldsmiddel: de wapens en uitrusting waarmee met overeenkomstige toepassing van artikel 3a, derde lid, van de Wet wapens en munitie geweld kan worden uitgeoefend;e. aanwenden van een geweldsmiddel: het gebruiken van een geweldsmiddel, daaronder begrepen het dreigen met een geweldsmiddel, waaronder niet wordt begrepen het uit voorzorg ter hand nemen van een vuurwapen.
Art. 1:7
Art. 1:8
Art. 1:9
Art. 1:10
Art. 1:11
Art. 1:12
a. personen die zichtbaar jonger dan 12 jaar of ouder dan 65 jaar zijn; b. vrouwen die zichtbaar zwanger zijn; c. personen voor wie dit gebruik als gevolg van een voor de ambtenaar zichtbare ademhalings- of andere gezondheidsstoornis onevenredig schadelijk kan zijn; en d. groepen personen.
Art. 1:13
a. de gevolgen van het geweld daartoe, naar het oordeel van de in het eerste lid bedoelde hulpofficier van justitie, aanleiding geven; b. van een vuurwapen gebruik is gemaakt; of c. enig geweldsmiddel is aangewend en lichamelijk letsel van meer dan geringe betekenis dan wel de dood veroorzaakt is.
Art. 1:14
Hst. 2 Non-tarifaire handelspolitieke maatregelen
Afd.
Art. 2:1
a. het binnenbrengen in het douanegebied; b. het aanbrengen bij de douane; c. het plaatsen onder een douaneregeling; of d. het verlaten van het douanegebied.
Art. 2:2
Hst. 3 Landbouwproducten
Art. 3:1
a. Onze minister: Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; b. landbouwproducten: de volgende goederen: 1°. alle voortbrengselen welke, al dan niet na be- of verwerking, kunnen dienen als voedsel voor mens of dier, alsmede de bij be- of verwerking van die voortbrengselen verkregen derivaten en afvallen; 2°. de niet reeds onder 1° begrepen voortbrengselen van akkerbouw, weidebouw, veehouderij, pluimveehouderij en tuinbouw, daaronder begrepen fruitteelt en het kweken van bomen, bloemen en bloembollen, alsmede van de teelt van griendhout en van elke andere vorm van bodemcultuur, zoals die hier te lande wordt uitgeoefend, met uitzondering van bosbouw;
c. EU-verplichting: een EU-verordening of EU-besluit, houdende maatregelen voor het handelsverkeer van landbouwgoederen tussen de Europese Unie en derde landen of tussen de lidstaten van de Europese Unie onderling; d. invoercertificaat: een document dat ingevolge een EU-verplichting bij de invoer van een in die verplichting omschreven of aangeduid landbouwproduct wordt overgelegd en dat het recht en de plicht meebrengt tot het invoeren van het in het document omschreven of aangeduide landbouwproduct tijdens de geldigheidsduur van dat document; e. uitvoercertificaat: een document dat ingevolge een EU-verplichting bij de uitvoer van een in die verplichting omschreven of aangeduid landbouwproduct wordt overgelegd en dat het recht en de plicht meebrengt tot het uitvoeren van het in het document omschreven of aangeduide landbouwproduct tijdens de geldigheidsduur van dat document; f. restitutie: elk bedrag dat ingevolge een EU-verplichting als compenserend bedrag, als subsidie of onder welke benaming ook, ter zake van de uitvoer van een landbouwproduct wordt verstrekt; g. subsidie: elk bedrag dat ingevolge een EU-verplichting als compenserend bedrag, als restitutie of onder welke benaming ook, ter zake van de invoer van een landbouwproduct wordt verstrekt.
Art. 3:2
Art. 3:3
a. op aanvraag restitutie te verstrekken ter zake van de uitvoer van landbouwproducten dan wel ter zake van de uitvoer van daaruit of met behulp daarvan verkregen landbouwproducten; b. op aanvraag ter zake van de invoer van een landbouwproduct een subsidie te verstrekken; c. regelen te stellen met betrekking tot de aanspraak op restitutie of subsidie, de bij het aanvragen daarvan te verstrekken gegevens of over te leggen bewijsstukken, de vaststelling van de grondslagen waarnaar de berekening van de uit te keren bedragen plaatsvindt en de wijze van verstrekking van de restituties; d. sancties op te leggen als bedoeld in de artikelen 48 en 49 van Verordening (EG) nr. 612/2009 van de Commissie van 7 juli 2009 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen van het stelsel van restituties bij uitvoer voor landbouwproducten (PbEU 2009, L 186).
Art. 3:4
Art. 3:5
Hst. 4 Administratie
Art. 4:1
Hst. 5 Verboden en beperkingen
Art. 5:1
a. voer- en vaartuigen; b. edele metalen; c. edelstenen (bewerkt en onbewerkt); d. sieraden; e. horloges; f. bijouterieën; g. beleggings- en herdenkingsmunten; h. kunstvoorwerpen en antiquiteiten.
Hst. 6 Bestuurlijke boeten
Art. 6:1
Art. 6:2
Art. 6:3
Art. 6:4
Hst. 7 Strafrechtelijke bepalingen
Art. 7:1
Art. 7:2
Art. 7:3
Hst. 8 Slotbepalingen
Art. 8:1
Art. 8:2