HR arresten
-
4 februari 2026
-
-
Hoge Raad 2026-02-27 ECLI:NL:HR:2026:291
Samenvatting van www.rechtspraak.nl: HR verklaart het beroep in cassatie n-o. Rolnummer: 25/03634
-
Hoge Raad 2026-02-27 ECLI:NL:HR:2026:307
Samenvatting van www.rechtspraak.nl: HR verklaart het beroep in cassatie n-o. Rolnummer: 25/03626
-
Hoge Raad 2026-02-27 ECLI:NL:HR:2026:312
Samenvatting van www.rechtspraak.nl: HR verklaart het beroep in cassatie n-o. Rolnummer: 25/02639
-
Hoge Raad 2026-02-27 ECLI:NL:HR:2026:308
Samenvatting van www.rechtspraak.nl: HR verklaart het beroep in cassatie n-o. Rolnummer: 25/02641
-
Hoge Raad 2026-02-27 ECLI:NL:HR:2026:311
Samenvatting van www.rechtspraak.nl: HR: 81.1 RO. Rolnummer: 24/00874
-
Hoge Raad 2026-02-27 ECLI:NL:HR:2026:285
Samenvatting van www.rechtspraak.nl: HR verklaart het beroep in cassatie n-o. Rolnummer: 25/03648
-
Hoge Raad 2026-02-27 ECLI:NL:HR:2026:305
Samenvatting van www.rechtspraak.nl: HR verklaart het beroep in cassatie n-o. Rolnummer: 25/03644
-
Hoge Raad 2026-02-27 ECLI:NL:HR:2026:292
Samenvatting van www.rechtspraak.nl: HR verklaart het beroep in cassatie n-o. Rolnummer: 25/03633
-
Hoge Raad 2026-02-27 ECLI:NL:HR:2026:306
Samenvatting van www.rechtspraak.nl: HR verklaart het beroep in cassatie n-o. Rolnummer: 25/03643
-
Hoge Raad 2026-02-27 ECLI:NL:HR:2026:290
Samenvatting van www.rechtspraak.nl: HR verklaart het beroep in cassatie n-o. Rolnummer: 25/03635
-
Hoge Raad 2026-02-27 ECLI:NL:HR:2026:314
Samenvatting van www.rechtspraak.nl: HR verklaart het beroep in cassatie n-o. Rolnummer: 25/02638
-
Hoge Raad 2026-02-27 ECLI:NL:HR:2026:304
Samenvatting van www.rechtspraak.nl: HR verklaart het beroep in cassatie n-o. Rolnummer: 25/03645
-
Hoge Raad 2026-02-27 ECLI:NL:HR:2026:319
Samenvatting van www.rechtspraak.nl: HR: 81.1 RO. Rolnummer: 24/03103
-
Hoge Raad 2026-02-27 ECLI:NL:HR:2026:286
Samenvatting van www.rechtspraak.nl: HR verklaart het beroep in cassatie n-o. Rolnummer: 25/03642
-
Hoge Raad 2026-02-27 ECLI:NL:HR:2026:289
Samenvatting van www.rechtspraak.nl: HR verklaart het beroep in cassatie n-o. Rolnummer: 25/03636
-
Hoge Raad 2026-02-27 ECLI:NL:HR:2026:302
Samenvatting van www.rechtspraak.nl: HR verklaart het beroep in cassatie n-o. Rolnummer: 25/03683
-
Hoge Raad 2026-02-27 ECLI:NL:HR:2026:288
Samenvatting van www.rechtspraak.nl: HR verklaart het beroep in cassatie n-o. Rolnummer: 25/03638
-
Hoge Raad 2026-02-27 ECLI:NL:HR:2026:294
Samenvatting van www.rechtspraak.nl: HR verklaart het beroep in cassatie n-o. Rolnummer: 25/03408
-
Hoge Raad 2026-02-27 ECLI:NL:HR:2026:295
Samenvatting van www.rechtspraak.nl: HR verklaart het beroep in cassatie n-o. Rolnummer: 25/02709
-
Hoge Raad 2026-02-27 ECLI:NL:HR:2026:296
Samenvatting van www.rechtspraak.nl: HR verklaart het beroep in cassatie n-o. Rolnummer: 25/02646
-
Hoge Raad 2026-02-27 ECLI:NL:HR:2026:313
Samenvatting van www.rechtspraak.nl: HR: 81.1 RO. Rolnummer: 24/00875
-
Hoge Raad 2026-02-27 ECLI:NL:HR:2026:316
Samenvatting van www.rechtspraak.nl: HR verklaart het beroep in cassatie n-o. Rolnummer: 25/02637
-
Hoge Raad 2026-02-27 ECLI:NL:HR:2026:303
Samenvatting van www.rechtspraak.nl: HR verklaart het beroep in cassatie n-o. Rolnummer: 25/03647
-
Hoge Raad 2026-02-27 ECLI:NL:HR:2026:287
Samenvatting van www.rechtspraak.nl: HR verklaart het beroep in cassatie n-o. Rolnummer: 25/03640
-
Hoge Raad 2026-02-27 ECLI:NL:HR:2026:310
Samenvatting van www.rechtspraak.nl: HR verklaart het beroep in cassatie n-o. Rolnummer: 25/02640
-
Hoge Raad 2026-02-27 ECLI:NL:HR:2026:317
Samenvatting van www.rechtspraak.nl: HR verklaart het beroep in cassatie n-o. Rolnummer: 25/02632
-
Vaststelling hoogte van proceskostenvergoeding; Hof paste ten onrechte wegingsfactor aan
In deze BPM-zaak heeft Hof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep van X (belanghebbende) gegrond verklaard voor zover het zich richt tegen de door Rechtbank Noord-Holland in aanmerking genomen puntwaarde bij de berekening van de aan X toegekende proceskostenvergoeding. Tegen dit oordeel heeft X cassatieberoep ingesteld. Het cassatieberoep is gegrond. Aangezien enkel de toegepaste waarde per punt van € 541 werd bestreden, mocht het Hof die vergoeding niet in het nadeel van X wijzigen door ambtshalve de door de Rechtbank vastgestelde wegingsfactor van de zaak te verlagen. De Hoge Raad stelt de vergoeding voor de proceskosten van de beroepsfase nader vast op € 1.868. Omdat de hofuitspraak in 2024 is gedaan, moet voor de proceskostenvergoeding in cassatie worden uitgegaan van de Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm. Daarbij is van belang of sprake is van een ‘bijzonder geval’ in de zin van het arrest HR 17 januari 2025, ECLI:NL:HR:2025:46. De Hoge Raad kan op basis van het huidige dossier nog niet beoordelen hoe hoog de vergoeding voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand in cassatie moet zijn. De stukken bieden onvoldoende aanknopingspunten om vast te stellen of aan de criteria voor een bijzonder geval is voldaan. Omdat het arrest van 17 januari 2025 is gewezen ná het instellen van het cassatieberoep, hoefde X met deze nieuwe beoordelingsmaatstaf geen rekening te houden. De Hoge Raad stelt X daarom in de gelegenheid nadere gegevens aan te leveren ter onderbouwing van de gevraagde proceskostenvergoeding. De Staat mag daarop vervolgens reageren. De Hoge Raad houdt iedere verdere beslissing aan totdat deze nadere ronde is afgerond. Rolnummer: 24/03743
-
HR 81 RO; bezwaar t.a.v. geliquideerde nv; Inspecteur niet in gebreke
X (nv; belanghebbende) is in 2004 opgericht naar het recht van Curaçao. Zij maakte deel uit van een groep van vennootschappen die gezamenlijk (onder meer) internetcasino’s exploiteert. In 2014 zijn de activiteiten van X verkocht. Na in liquidatie te zijn getreden is X opgehouden te bestaan, wegens een door de vereffenaar vastgesteld gebrek aan baten. Bij brief van 1 februari 2018 is namens de voormalige vereffenaar en de voormalige aandeelhouders ten tijde van de vereffening op naam van X bezwaar gemaakt tegen (navorderings)aanslagen vpb 2014. Bij brief van 28 april 2018 is de Inspecteur in gebreke gesteld vanwege het uitblijven van beslissingen op bezwaar. Hof Arnhem-Leeuwarden verwijst in deze procedure naar het arrest HR 21 april 2023, 20/04303, ECLI:NL:HR:2023:645, NLF 2023/1040 en beslist dienovereenkomstig. X bestond niet meer ten tijde van het vaststellen van de aanslagen en de aanslagen zijn daarom nog niet bekendgemaakt. De termijn voor bezwaar is dus nog niet aangevangen, de termijn waarbinnen de Inspecteur op het bezwaar moet beslissen evenmin en de Inspecteur is mitsdien niet in gebreke met het doen van uitspraken op bezwaar. Dit brengt mee dat nog geen beroep kan worden ingesteld tegen het niet tijdig beslissen en dat een dergelijk beroep dus niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Een dwangsom op grond van artikel 4:17 Awb kan alsdan evenmin aan de orde zijn. Gelet op het voorgaande is het hoger beroep van de Inspecteur gegrond. De uitspraak van Rechtbank Gelderland wordt vernietigd. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie tegen deze uitspraak op 27 februari 2026 verworpen onder verwijzing naar artikel 81 Wet RO. Rolnummer: 24/00870
-
HR 81 RO; vaststelling belasting- en premiedeel arbeidskorting en algemene heffingskorting
X (belanghebbende) woonde in 2018 en 2019 het gehele jaar in België en was in loondienst werkzaam bij A (bv) in Nederland. X is voor beide jaren verzekerd en premieplichtig voor de volksverzekeringen in Nederland. X is voor de jaren 2018 en 2019 een (niet-kwalificerende) buitenlands belastingplichtige. Hij ontving in deze jaren resp. € 48.809 en € 52.749 aan salaris. Het belastbaar inkomen uit werk en woning van X in Nederland bedroeg resp. € 35.926 en € 30.849. Hij heeft resp. € 12.883 en € 21.900 buiten Nederland genoten. Tussen partijen is in geschil of voor de berekening van de heffingskortingen uitgegaan moet worden van het in Nederland belastbare inkomen uit werk en woning dan wel het wereldinkomen. Hof Den Bosch oordeelt dat voor een niet-kwalificerende buitenlands belastingplichtige bij de berekening van de arbeidskorting en het premiedeel van de algemene heffingskorting moet worden uitgegaan van het in Nederland belastbare inkomen uit werk en woning. Het arrest van de Hoge Raad van 22 maart 2024 (23/04137, ECLI:NL:HR:2024:470, NLF 2024/0788, met noot van Douven) heeft weliswaar betrekking op de ouderenkorting, maar heeft volgens het Hof ook te gelden voor het inkomensbegrip bij andere heffingskortingen. Wat betreft het belastingdeel van de algemene heffingskorting dient rekening te worden gehouden met het wereldinkomen. Het hoger beroep van de Inspecteur is ongegrond. Het incidenteel hoger beroep van X is gegrond. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie tegen deze uitspraak op 27 februari 2026 verworpen onder verwijzing naar artikel 81 Wet RO. Rolnummer: 24/03253
-