Wet op de zorgtoeslag
Art. 1
a. Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; b. zorgverzekering: de schadeverzekering, bedoeld in artikel 1, onder d, van de Zorgverzekeringswet ;c. verzekerde: de persoon, bedoeld in artikel 1, onder f, van de Zorgverzekeringswet , de persoon die een bijdrage als bedoeld inartikel 68b, vijfde lid, van de Zorgverzekeringswet verschuldigd is, of de persoon, bedoeld inartikel 69 van de Zorgverzekeringswet , steeds vanaf de eerste dag van de kalendermaand volgende op de maand waarin hij achttien jaar wordt, met uitzondering van de verzekerde, bedoeld inartikel 24, eerste of derde lid,van die wet ;d. premie: een premie als bedoeld in afdeling 3.3.1 van de Zorgverzekeringswet ;e. zorgtoeslag: een tegemoetkoming in een premie dan wel in een bestuursrechtelijke premie als bedoeld in artikel 18d of18e van de Zorgverzekeringswet en in het verplicht eigen risico, bedoeld inartikel 19 van de Zorgverzekeringswet ;f. drempelinkomen: 108% van het twaalfvoud van het voor de maand januari van het berekeningsjaar geldende in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag per maand;g. de standaardpremie: het op grond van artikel 4 vastgestelde bedrag; h. de normpremie: de aan de hand van het drempelinkomen en het toetsingsinkomen van de verzekerde berekende premie voor een zorgverzekering in het berekeningsjaar.
Art. 2
Art. 3
Art. 4
Art. 4a
Art. 5
Art. 6
Art. 7
Art. 8